Centrum voor
Religie en Recht
Centrum voor
Religie en Recht

De culturele en religieuze diversiteit in de Nederlandse samenleving is de afgelopen jaren toegenomen. Een aantal processen lijkt een belangrijke rol te spelen, zoals secularisatie, het verdwijnen van sterke verbanden en migratie. Religie speelt steeds weer een belangrijke rol in het politieke debat.

Zo bepaalde het Europees Hof van Justitie in het voorjaar van 2017 dat werkgevers hun personeel mogen opdragen om neutrale kleding, dus geen een hoofddoek of een ander religieus symbool, te dragen. Wat is echter ‘neutraal’ in dit geval? Dezelfde vraag geldt bij de kwalificatie ‘neutrale overheid’. Hoe verstaan we dit begrip?

Op 10 oktober 2017 presenteerden VVD, CDA, D66 en ChristenUnie een regeerakkoord onder de titel ‘Vertrouwen in de toekomst’. Een unieke samenwerking van partijen, die op bepaalde thema’s lijnrecht tegenover elkaar staan. Volgens deze partijen is tolerantie naar andersdenkenden de norm en zijn kerk en staat gescheiden. Het staat een ieder vrij om zijn of haar geloof te belijden of om juist niet te geloven. Hoe werkt deze tolerantie in de praktijk? Welke grenzen gelden er in de praktijk aan de vrijheden van gelovigen en niet-gelovigen? Zo is de moskee van stichting Al-Fitrah in Utrecht veelvuldig in het nieuws. De Utrechtse gemeenteraad maakte zich bijvoorbeeld grote zorgen over het pedagogische klimaat in de moskee. Hoe gaan lokale politici om met de plek van religie in hun lokale samenleving?

Nog een lokaal voorbeeld: het Rotterdamse bestuur wil kerken uit buurthuizen weren. Volgens Rotterdamse wethouder De Langen werpen religieuze erediensten een drempel op voor niet-religieuze buurthuisbezoekers. Die zouden de buurthuizen als een religieuze plek gaan zien. Past de gemeente hier niet op een verkeerde manier het beginsel van gelijke behandeling toe?

Juist vanwege deze vragen organiseert het Centrum voor Religie en Recht op 16 maart 2018 een netwerksessie over de verhouding tussen religie en overheid. Invalshoek voor deze netwerksessie zullen casus uit de praktijk zijn. Het Centrum voor Religie en Recht wil graag op deze manier de verbinding leggen tussen academische kennis en de bestuurlijke praktijk. Daarnaast is de netwerksessie bedoeld om contacten te leggen tussen ambtenaren, bestuurders, juristen, theologen, sociaal wetenschappers en andere geïnteresseerden.

Praktisch
De bijeenkomst vindt plaats op vrijdagochtend 16 maart in het hoofdgebouw van de Vrije Universiteit, Amsterdam en start om 10.00 uur. Heeft u interesse om aan deze netwerksessie deel te nemen? U kunt zich (gratis) aanmelden via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. Praktische informatie verkrijgt u na aanmelding. 

The Centre for Religion and Law and the Center for Islamic Theology, Vrije Universiteit Amsterdam, organize a public lecture on February 21, 2018 with professor Alison Scott-Baumann, SOAS London on: ‘Re/Presenting Islam on Campus’. Professor Scott-Baumann is principal investigator of the British research project on the (re)positioning of Islam at UK university campus. Together we will explore the value of this project for the Dutch context.

About the Research Project ‘Re/presenting Islam on Campus’

Over the last decade the UK university campus has become mired in debates about Islam. Certain crises arouse outrage: the 'underpants' bomber, gender segregation and radicalising speakers. Such episodes are classified as matters for the police and university management. The university sector has not taken a public position about Islam and radicalisation, yet we believe that many staff and students will welcome a better understanding of the situation. The aim of the researchers is to analyse Islam on campus and to facilitate open, informed discussion about Islam as an integral aspect of British life and campus life.

About professor Alison Scott-Baumann

Alison Scott-Baumann is Professor of Society and Belief in the Centre of Islamic Studies in the Near and Middle East Department at SOAS, London. In 2015 AHRC awarded Alison a major three year grant to research Re/presenting Islam on campus at SOAS. This project will seek to redress the imbalance in current approaches towards Islam and towards the role of universities in a democratic state. Alison applies philosophy to social justice issues, regarding Islam, higher education and feminist debates. She is also known internationally for her philosophical research and was awarded a Leverhulme Fellowship for original research on Ricoeur, Kant and Sartre (2012-13). She is a Visiting Researcher in the Politics, Philosophy and Religion Department at Lancaster University and a Visiting Researcher at VU Amsterdam University in the Centre for Islamic Theology.

Programme

13.45-14.00 Registration
14.00-14.15 Welcome and Introduction by dr. Yaser Ellethy (Director Center for Islamic Theology)
14.15-14.45 Public Lecture by professor Alison Scott-Baumann
14.45-15.00 Response by dr. Leon van den Broeke (Chair Centre for Religion and Law)
15.00-15.25 Debate
15.25-15.30 Concluding remarks

General information

Date Februari 21, 2018
Location 1E-24 (PThU venue; first floor, E-wing, room 24), Main Building of the VU.
Contact Dico Baars, Student Assistant Centre for Religion and Law
Registration Send an Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.  (registration is free).

Het Centrum voor Religie en Recht organiseert op 21 december het symposium ‘Het kerkgenootschap in de neutrale staat’ ter gelegenheid van de promotie van mr. drs. Teunis van Kooten, met medewerking van Ben Vermeulen, Hansko Broeksteeg en Wijnand Zondag. De openbare verdediging van het proefschrift van mr. drs. Teunis van Kooten vindt plaats om 13.45 uur in de Aula van de Vrije Universiteit.

Over ‘Het kerkgenootschap in de neutrale staat’

Kerkgenootschappen hebben een bijzondere positie in het Nederlandse recht. Zij kunnen namelijk een eigen systeem van rechtsregels opzetten, ook al wijkt dat af van algemene rechtsnormen. De Staat mag daarmee geen bemoeienis hebben. Dat heeft te maken met het beginsel van de scheiding van kerk en staat. De vrijheid die kerkgenootschappen genieten, is echter niet onbegrensd. Een kerkgenootschap moet zich houden aan fundamentele normen binnen het Nederlandse recht, bijvoorbeeld als een kerkgenootschap contracten sluit met anderen: de wet stelt dan de regels en afwijking daarvan is niet mogelijk. In zijn proefschrift gaat mr. drs. Teunis van Kooten onder meer in op de vraag waar de grenzen liggen.

Praktische informatie

Het symposium vangt aan om 10.00 uur (09.30 uur inloop) en vindt plaats in FORUM 2, eerste verdieping van het hoofdgebouw van de Vrije Universiteit. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het Centrum voor Religie en Recht (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.). Aanmelden voor deze bijeenkomst kan door het sturen van een e-mail naar dit emailadres.

CRR_Flyer 21-12_def.pdf Populair 13.66 MB 13/12/2017 00:00:00

 

Johanneskerk Kruiningen

Dorp

“Het is eene groote, schoone, plaats....” stelde A.J. van der Aa in 1845 in zijn Aardrijkskundig woordenboek over Kruiningen. Tegelijk sprak hij ook waarschuwende woorden: “Het gevaar van inbraken heeft hier altijd bestaan.” Daarmee bedoelde hij het altijd aanwezige gevaar van overstromingen. Ter nagedachtenis aan de laatste (1953), in een lange serie van overstromingen, staat er bij de Johanneskerk (Protestantse Gemeente te Kruiningen) een beeld van Jan Wolkers. Het beeldt een vrouw uit met een verdronken kind op haar arm. Het gedicht van A. Roland Holst op de sokkel eindigt met de woorden: “De golven zullen breken in uw hart.” 

Thans telt Kruiningen ongeveer 4.000 inwoners. Het ligt enerzijds ingeklemd tussen de A58 en de Westerschelde, en anderzijds tussen het kanaal door Zuid-Beveland en het recreatiegebied Den Inkel. De kaarsrechte zeedijk biedt een schitterend schouwspel van eb en vloed, van schepen die naar Antwerpen varen of via Terneuzen en Vlissingen richting de Noordzee. Als kind probeerde ik met of zonder verrekijker de namen en havensteden op de schepen te ontcijferen. Bekende of exotische namen voerden me in gedachten mee naar verre oorden.
Mijn West-Zeeuws-Vlaamse ouders streken er ooit, komend vanuit Noord-Holland, tijdelijk neer om na enkele jaren weer te vertrekken. Van emigratie of verhuizing is het nooit meer gekomen. Het is bij Kruiningen gebleven. Vandaar dat mijn wieg er kwam te staan en ik er opgroeide. De zeedijk werd mijn verrekijker naar een toekomstig leven buiten het dorp. Als gereformeerd jongetje en organist vergaapte ik me naast de zeedijk en de sluizen bij Hansweert ook altijd aan de indrukwekkende (hervormde) Johanneskerk en het Van Vulpen-orgel met de bijbehorende horizontale Spaanse trompetten. Vele uren heb ik daarop mogen studeren. In dit kerkgebouw vonden enkele gezamenlijke hervormd-gereformeerde erediensten per jaar plaats, o.a. op de eerste zondag van februari als de watersnood van 1953 werd herdacht voor Gods aangezicht. In dat gebouw werd ik mij altijd bewust van de kerk der eeuwen. Het jaartal 1596 op de preekstoel bijvoorbeeld hield mij dat voor, en anders wel de tombe vanwege ridder Aernoud van Cruninghe. De preekstoel bevat de tekst: “Menschenkint ic hebbe u ten wachter ghesettet over het huys Israels ghy sult uyt mijn mont het woort hooren ende haer van mijnentwegen waerschuwen.” (Ezechiel 3:17). De gereformeerde kerk was zich bewust van het feit dat zij een minderheid vormde binnen de dorpscontext. Het was weer wel een wat hechte, sociale en betrokken geloofsgemeenschap. Toch stond het in de schaduw van de grote hervormde gemeente, de grote gereformeerde gemeente aan de Hansweertsestraatweg en de gereformeerde gemeente in Nederland aan de Stationsweg.

Conflict

Gereformeerde Gemeente Kruiningen, foto: PZC.

Thans zijn het niet zozeer de overstromingen die het dorp bedreigen. Dat komt eerder van binnenuit, niet door natuurelementen of andere externe oorzaken, maar door mensen. Natuurlijk, de golven van de ‘kwestie Kruiningen’, ‘reforel’, ‘kerkruzie’ of hoe het dan ook maar wordt aangeduid in de media, hebben de kerk als een schip overspoeld. Zij heeft schipbreuk geleden of in ieder geval averij opgelopen en zal nodig op de scheepshelling moeten voor reparatie. Beschuldigingen over en weer, ontkenning, roddel, angst en achterklap, fysiek geweld, ontslag van een werknemer bij een ander groot familiebedrijf in het dorp, politietoezicht vormen voldoende ingrediënten voor een kerkconflict met gevolgen voor het dorp. Te midden van veelvuldige berichtgeving, eigen aan escalatie van conflicten, is er een lichtpuntje als een vuurtoren in de mist. Er heeft constructief overleg kunnen plaatsvinden tussen de familie Jansen en de kerkenraad. Tegelijk laat de ultieme stap die dominee G. Bredeweg heeft gemeend te moeten nemen – het opzeggen van het lidmaatschap en het neerleggen van het predikantschap in de Gereformeerde Gemeenten - dat de averij groot is, niet alleen voor hem en zijn echtgenote, zij die hem volgen in de vrije gereformeerde gemeente, maar ook voor hen die achterblijven in de Gereformeerde Gemeente en bij allen die vanuit de classis of anderszins zich in hebben ingezet om tot een uitweg uit het conflict te geraken. Bij alle verdediging van het eigen gelijk en bij het terecht aandacht vragen voor de opgelopen wonden door de ander(en) toegebracht, is er voor alle partijen (geestelijk) huiswerk te verrichten. Pas na reparatie kan het schip weer uitvaren, niet eerder. Voorlopig is een veilige haven uit het gezichtsveld verdwenen, alle goedbedoelde, mooie en vrome woorden ten spijt.

Mediacratie

In het Reformatorisch Dagblad van zaterdag 18 november schreef oud-hoofdredacteur W. Kranendonk over het gezag van hogerhand. Ook noteerde hij dat de media zich als aasgieren storten op de situatie. Daarin kan ik hem volgen. Het moet voor de leden van de gereformeerde gemeente onwerkelijk aan doen om voortdurend geconfronteerd te worden met de media. Toch kan ook niet verhuld worden dat het aas bedoeld en onbedoeld voor het oprapen lag. Los hiervan, de huidige samenleving vraagt van elke besloten geloofsgemeenschap of organisatie om transparantie. Dat betekent niet dat alles maar in de openbaarheid gebracht moet worden, integendeel. Wel dient de kerk van vandaag verantwoording te kunnen afleggen van haar identiteit, roeping en ethiek aan anderen, ook buiten de eigen kerk. Principes van good governance en mensenrechten kunnen veraf staan van de kerkelijke gezindte, ze zijn echter onontbeerlijk als conflicten zich aandienen en hoeven niet te conflicteren met Bijbelse noties. Bredeweg refereerde er reeds aan: hoor en wederhoor, zoals op haar beurt de classis aangaf er alles aan te hebben gedaan om op 15 november tot haar gerechtvaardigde beslissing te kunnen komen, ware het niet dat de predikant voortijdig een onverwacht en ingrijpend besluit nam.

Voorbeeldrecht?

Rechter D. Vergunst schreef op 8 september in het Reformatorisch Dagblad dat kerkelijke rechtsgang exemplarisch zou moeten zijn voor de wereld, niet andersom. Bedoeld of onbedoeld sluit hij aan bij wat de Zwitserse theoloog Karl Barth (1886-1968) als een van de vier kenmerken van het kerkrecht zag, namelijk dat het voorbeeldrecht voor andere instituties in de samenleving zou moeten zijn. Hij schreef dit na de Tweede Wereldoorlog, met de pijnlijke ervaringen van het nazi-socialisme in Duitsland op zijn netvlies. Juist waar de overheid faalde om recht te doen, zou de kerk (het doen van) gerechtigheid als een van haar hoofdthema’s moeten maken, geworteld in de Christologie. Barth beschouwde het kerkrecht als liturgisch recht. Het kerkrecht wortelt in de eredienst. Volgens hem is het kerkrecht ook dienstrecht, omdat het gaat om Christus die niet kwam om gediend te worden, maar om te dienen. Tevens was hij van mening dat het kerkrecht levend recht moest zijn. Het kerkrecht moet in ontwikkeling blijven, omdat de kerk gericht is op de laatste dingen, onderweg naar Gods eeuwigheid. 

Karl Barth

Het zijn begrijpelijke woorden van Barth, maar ook grote woorden. Er gaapt een kloof tussen het kerkelijke ideaal en de realiteit. Dat laat het Kruininger conflict zien. Er valt weinig te herkennen van de vier kenmerken van Barth. Er is zoveel gebeurd en nu het stil is geworden in de media, werken de ontwikkelingen van het conflict ontwrichtend in het dorp. De geëscaleerde situatie roept de vraag op wat de bron van het conflict was. Waar ging het om? De casus toont op tragische wijze aan dat stevig met elkaar van inzicht verschillen, ja zelfs het stevig oneens zijn met elkaar en toch bij elkaar blijven kerkleden moeilijk valt, terwijl diezelfde mensen op hun werk, in hun gezin, familie of waar dan ook maar regelmatig in conflicten verzeild raken. Uiteraard voelt het in de kerk ongemakkelijk om met onenigheid te worden geconfronteerd, juist omdat het zo contrasteert met de grote woorden van het geloof. In alle nuchterheid, dit overkomt niet alleen deze gereformeerde gemeente. In welke sportvereniging, politieke partij, fabriek, vakbond of vrijwilligerswerk of ander type kerk komen spanningen niet voor? Het is de kunst er op een stabiele, volwassen en geestelijke wijze mee om te gaan. Het is een expressie van geestelijk leiderschap en discipelschap als conflicten kunnen worden gehanteerd zonder ze te laten escaleren. 

De casus laat zien dat de zaak te zeer geëscaleerd was voordat deze in kerkelijke behandeling dan wel tot afronding kon komen, niet in de laatste plaats doordat de wereldlijke rechter in beeld kwam. Ook het kort geding heeft de problemen niet kunnen indammen, laat staan oplossen. Het is een indringende vraag of dit met een kerkelijk kort geding wel het geval zou zijn geweest. Vanuit gereformeerd-kerkrechtelijk perspectief bepaalt de casus ons bij de mogelijkheden en de beperkingen van de kerkelijke rechtsgang. Zelfs als het kerkelijke procesrecht nog zo secuur wordt nageleefd dan nog is dit geen garantie voor de oplossing van alle conflicten. Niet alle conflicten kunnen met nog meer rechtsregels voorkomen worden. Een kleine illustratie: de vroeg-zeventiende-eeuwse Dordtse Kerkorde van 1619, gebaseerd op haar zestiende-eeuwse voorgangers, laat zich soms moeilijk toepassen in een kerkelijke en maatschappelijke context van eeuwen later. De afgescheidenen liepen in de periode van 1834 tot 1854 hier reeds tegenaan. Ze streden onderling, tot in de Verenigde Staten van Amerika aan toe, over de toepasbaarheid van deze kerkorde. Anderen ontdekten ditzelfde mechanisme decennia later. Het ‘Deputaatschap Kerkrecht’ van de Generale Synode 2007 van de Gereformeerde Gemeenten heeft aangetoond hiervoor aandacht te hebben in de revisie van In goede orde: Handleiding en toelichting bij de kerkelijke rechtsgang. Voorzitter ds. P. Mulder schreef in 2007 dan ook dat in de Dordtse Kerkorde van 1619 hoofdlijnen worden gegeven ‘voor het ordelijk leven in de kerk gegeven naar uitwijzen van de Heilige Schrift’. En: “De hoofdlijnen, die daarin [in de Dordtse Kerkorde van 1619, LvdB] zijn vastgelegd, hebben voor de praktijk soms nadere toelichting en uitwerking nodig.” Vandaar: In goede orde als hulpmiddel. Gepoogd wordt om ‘ongewenste en onkerkelijke juridisering bij kerkelijke procedures’ tegen te gaan. Het blijft immers wonderlijk dat bij allerlei soorten kerkelijke conflicten zaken eerder op juridische dan op kerkelijke of geestelijke wijze worden opgelost – of althans pogingen daartoe worden aangewend. Het doel van gereformeerde kerkorde(s) is altijd gerelateerd aan het Schriftwoord van 1 Korintiërs 14:40: “Laat alle dingen eerlijk en met orde geschieden.”

Christocratie

Helaas weerspiegelt het Kruininger conflict weinig van deze oproep van de apostel. Ook staat het verre van de gulden regel van de allereerste synode die bepalend werd voor de kerk in de Nederlanden, die van de havenstad Emden van 1571. In het eerste artikel van de synodale acta werd gesteld: ‘Gheen Kercke sal over een ander Kercke, gheen Dienaer des Woorts, gheen Ouderlinck, noch Diaken sal d’een over d’ander heerschappie voeren, maar een yeghelijck sal hen voor alle suspicien, ende aenlockinge om te heerschappen wachten’. Vaak wordt dit als een (over)bekend feit beschouwd. Het vormt een afwijzing van de episcopale hiërarchie van de zestiende-eeuwse Rooms-Katholieke Kerk. Tegelijk kan dit artikel niet vaak genoeg voor gereformeerde ogen worden gehouden. Geen kerk voert heerschappij over een andere kerk, en ook niet predikanten, ouderlingen en diakenen over elkaar. Een van de principes van het gereformeerde kerkrecht is de gezamenlijke ambtsuitoefening. In de gereformeerde praktijk gedragen sommige ambtsdragers zich als een kerkvorst. Het is een attitude die veraf staat van deze aloude, maar nog immer actuele regel van Emden. In de kerk heerst niet de regel van de democratie, van de helft plus één. Evenmin mag de macht van de happy few anderen overheersen en ook niet de dreiging van een schreeuwende minderheid. Bazig gedrag in de kerk brengt schade teweeg. Vanuit het evangelie is in de kerk geen plaats voor haantjes, wel voor de haan die driemaal kraait. Als het goed is, is er gezonde en stabiliserende tegenspraak in de kerk om te voorkomen dat ambtsdragers zich verheffen, om recht te doen die onrecht lijden. Dit zijn niet alleen goede menselijke afspraken, maar het is voluit geworteld in de Christocratie. Hij regeert zijn kerk. Ambtsdragers hebben een opdracht. Ze weten zich geroepen en worden geroepen. Tegelijk is er naast de formele macht ook altijd sprake van informele macht in organisaties, zo ook in de kerk, hoewel het niet vaak wordt erkend. Zij die niet in het ambt zijn gesteld, kunnen vanuit een stevige maatschappelijke positie, familieverbanden of vriendenkring hun invloed uitoefenen op de leiding van de kerk, ook in een dorpscontext. Dat kan positieve gevolgen hebben, maar soms ook schade met zich meebrengen. Ambtsdragers en gemeenteleden dienen zich te verantwoorden, voor God en zijn gemeente. Ambtsdragers hebben dat beloofd bij de aanvaarding van het ambt. Zij zullen zich houden aan de orde van de kerk, in welke liturgische bewoordingen dat dan ook is gesteld. 

In de voorbije maanden heb ik vaak gedacht: hoe moet dit naar de mens gesproken ooit goed komen? Thans weten we – triest genoeg – de afloop. Er zijn geen winnaars, ook niet een enkele of een groep winnaars. Er zijn slechts verliezers. De predikant geeft aan dat hij alleen en eenzaam is geweest. Een geestelijke leider kan in een besloten dorps- of stadskerk in een isolement terechtkomen. Er is veel leed – naast veel vreugde! – in pastorieën. Ambtsdragers of gemeenteleden kunnen snoeihard oordelen over de prediking, de catechese, het pastoraat, het gebrek aan of de overvloed aan bestuurlijke talenten van de predikanten. Voorgangers zijn en blijven nog altijd voorbijgangers. Tegelijk zullen ook andere ambtsdragers, gemeenteleden en helpers uit het kerkverband zich machteloos, treurig en beschadigd voelen. Door de vlucht naar voren, het oprichten van een vrije gereformeerde gemeente, zal de predikant niet licht bevrijd worden van zijn eenzaamheid. Er is immers geen kerkverband (meer), tenzij er aansluiting plaatsvindt bij andere vrije gemeenten, maar dan nog.

Een schooldak, meerdere kerkdaken?

De scheuring trekt diepere en bredere sporen, ook buiten de kerkelijke gemeenschap. Het is niet (alleen) een kerkelijk conflict. Het is ook een sociaal conflict in het dorp. De voedingsbodem ervoor is reeds aanwezig als een kerkelijke gemeente als een familiebedrijf wordt geleid en als een kerkelijke machtsstrijd eigenlijk een sociaal-economische machtsstrijd is tussen een aantal familiebedrijven in de kerkelijke gemeente. Daar hoeft op zich niets mis mee te zijn. Er kan ook een positieve werking van uitgaan. Maar de valkuilen zijn groot en de val is diep.

De machtsstrijd heeft funeste gevolgen voor de kleineren, de ouderen en de anderen in het dorp. Een van de vele reacties in de krant ging over de funeste gevolgen van deze kerkscheuring voor de kinderen op de basisschool. Nu zijn kinderen flexibel, maar toch. Van hen vragen we dat ze wel op dezelfde basisschool met elkaar optrekken, terwijl er op zondag een kerkmuur tussen hen in is geplaatst. Mogen ze na schooltijd nog wel of niet met elkaar spelen? Het is niet zozeer de muur die wordt geplaatst als wel het verbale geweld en de lichaamstaal waarmee dat wordt gedaan. Hetzelfde geldt voor ouderen in het woonzorgcentrum: niet samen onder één kerkelijk dak, wel samen wonen onder één woonzorgcentrum-dak. Zondag blijkt ook in Kruiningen de meest gescheiden dag van de week te zijn.
Bovendien, het is te simpel door te stellen dat er volgelingen van ds. Bredeweg zijn die zijn vertrokken naar het dorpshuis & partycentrum waar bij de voordeur het uithangbord van een bekend biermerk hangt en zij die in het kerkgebouw aan de Hansweertsestraatweg blijven. Er zijn er ook die in stilte vertrekken en toch blijven: zij die hun lidmaatschap (nog) niet hebben opgevraagd, maar (even) niet naar kerk gaan. Ze blijven op zondag thuis. Ze kiezen (nog) niet. Hun niet-keuze is echter ook een keuze.

Ook dit is Kruiningen!

Kruiningen is een dorp met een kruin, een kreekrug. Vandaar de naamgeving. Het betekent dat het een dorp is dat verhoogd ligt, een dorp dat opvalt. Helaas is deze constatering vanuit de geografische ligging en naamgeving thans ook kerkelijk bewaarheid. Het dorp dat voorheen iedereen kende van het veer Kruiningen-Perkpolder dat uit de vaart werd genomen vanwege mist en van het befaamde restaurant aan de Zandweg dat medio december 2017 een derde Michelinster verdiende, is nu in het land het dorp van kerkelijk gedoe. Hoe vaak ben ik er niet in de laatste maanden op aangesproken: “Nee? Kom jij daar vandaan?” De Kruininger kerkrel is antireclame voor het geloof. Juist in een jaar waarin wereldwijd en ook in Kruiningen 500 jaar zestiende-eeuwse protestantse reformatie wordt herdacht, is opnieuw weer bevestigd dat gereformeerde kerken regelmatig scheuren. Slecht nieuws duikt snel op in de media. Tegen ieder slecht bericht moeten minstens drie positieve berichten staan. Het feest dat vier ‘Kruininger’ predikanten afgelopen najaar in de Johanneskerk met de Protestantse Gemeente te Kruiningen en gasten vierden dat ze samen een eeuw predikant zijn, is niet interessant voor de media. Dat kranten thans speciale dossiers over het conflict hebben aangelegd is veelzeggend. Onbedoeld geeft het Kruininger conflict impulsen aan alle kerken om de kerkelijke zaken op orde te hebben, niet als een noodzakelijk kwaad, maar ook omdat het kerkrecht een uitvloeisel is van de ecclesiologie (leer aangaande de kerk), de ambtstheologie, de verhouding kerk-staat en de relatie tussen de lokale kerk en het kerkverband. De situatie biedt stof te over tot reflectie in de kerk, aan de theologische en juridische opleidingen en in het academische onderzoek. 

Positief blijft de uitkomst van het gesprek tussen de familie Jansen en de kerkenraad. Positief is ook dat er in de gereformeerde gemeente veel mensen zijn die helemaal niet uit zijn op conflicten, maar gewoon samen kerk willen zijn en hartelijk met elkaar leven in dat dorp, die net als altijd hard werken, op zaterdag hun bolus eten en op zondag naar hun verzorgde kerkgebouwen gaan. Met dankbaarheid denk ik terug aan het kostersechtpaar van de gereformeerde gemeente. Toen mijn moeder ruim een jaar geleden overleed, hielden we een dienst in de Johanneskerk. Na de begrafenis vond de condoléance plaats in de zaal van de gereformeerde gemeente. Wat zijn we daar gastvrij, hartelijk en meelevend ontvangen. Wat sprak daar liefde en waardering voor de gemeente uit. Ook dit is de gereformeerde gemeente, ook dit is Kruiningen!

Een schoone plaats

Kruinigen blijft ‘eene groote, schoone, plaats’. Schepen gaan en komen. Het spel van eb en vloed wisselen elkaar af. Kinderen gaan naar school, spelen op de dijk, turen naar de schepen, dagdromen over hun toekomst. Ouderen bewegen met behulp van de fysiotherapeut. De ouderling komt op bezoek. Ze zingen hun psalmen. Baby’s worden geboren. Het geploegde land ligt klaar. Mensen vieren hun vierdagen en feesten. Ze werken hard, soms zes dagen per week conform het Schriftwoord. In de loop van de zaterdagmiddag worden de auto’s gewassen en familievisites afgelegd. Om middernacht breekt de zevende dag aan, de gereformeerde sabbat voor de Allerhoogste. Het toch al stille dorp valt nog meer stil, soms heilzaam stil. In de nacht klinkt soms het geluid van de scheepsmotoren door. Het getril is hoor- en voelbaar in de Kruiningse slaapkamers. De wereld draait door, maar in Kruiningen staat de tijd nu even onheilzaam stil. Kerkelijke wonden hebben tijd nodig om te helen, in littekens te veranderen, voorbij overspoelende en woeste golven, schipbreuk en averij, opdat de golven in de harten van mensen niet langer zullen breken. Tijd voor verootmoediging en zelfonderzoek opdat Kruiningen weer ‘eene … schoone plaats’ wordt.

Dr. Leon van den Broeke werkt aan de Faculteit der Godgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam, de Theologische Universiteit Kampen en de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is voorzitter van het Centrum voor Religie en Recht (VU Amsterdam) en directeur van het Deddens Kerkrecht Centrum (TU Kampen).

Het hoeft amper betoog dat veiligheid een groot maatschappelijk thema is. Er wordt enorm veel gepraat en geschreven over diffuse (terroristische) dreigingen, het wel en wee van de nationale politie en georganiseerde (c.q. ondermijnende) criminaliteit – om verder maar te zwijgen over rare stofjes in een ei of over een chemische fabriek die zijn zaken niet op orde heeft. Het thema veiligheid is werkelijk alomtegenwoordig. Om enige focus aan te brengen, gaat deze vrijdagmiddaglezing vooral in op de vraag hoe mensen sociale veiligheid beleven en welke maatregelen politici en bestuurders dan nemen. Gelet op het feit dat openbare orde en veiligheid tot de kerntaken van de overheid behoren, is het niet vreemd dat deze maatregelen vaak juridisch van aard zijn: we hebben een heel ministerie van Veiligheid & Justitie opgetuigd, voeren allerlei ge- en verboden in en nemen zo veel mogelijk voorzorgsmaatregelen. Veiligheid kent echter ook theologische dimensie die zich toespitst op existentiële zekerheid, geborgenheid en verbondenheid, zowel met ‘Het Hogere’ als met elkaar. Simpel gezegd: naast aardse veiligheid (securitas) bestaat er ook zoiets als hemelse veiligheid (certitudo). Wat betekent dit voor het denken en handelen met betrekking tot veiligheid?

Het Centrum voor Religie en Recht organiseert op vrijdagmiddag 17 november een lezing over het thema 'religie, recht en veiligheid'. Veiligheid wordt als juridische en theologische kwestie besproken door dr. Ronald van Steden, UHD Bestuurswetenschappen en Politicologie van de Vrije Universiteit. Van Steden is verbonden aan het expertiselab 'Veiligheid en Veerkracht' en schreef eerder voor het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie een publicatie over dit thema. Dr. Pieter Vos, die als ethicus verbonden is aan de Protestantse Theologische Universiteit, reflecteert vanuit theologisch perspectief op de lezing van Van Steden.

Locatie
De bijeenkomst vindt plaats in Forum zaal no. 4 in het hoofdgebouw van de Vrije Universiteit.
De lezing start om 15.00 uur, inloop vanaf 14.45 uur. Na de lezing is er gelegenheid om met elkaar onder het genot van een hapje en drankje van gedachten te wisselen.

Kosten
Er zijn geen kosten aan deze middag verbonden.

Aanmelden
Aanmelden is verplicht en kan via het ticketsysteem: klik hier

Bereikbaarheid

De Vrije Universiteit is uitstekend bereikbaar met de trein (station Amsterdam Zuid), met tram 5, 16 en 24 en met metro 51 (halte de Boelelaan/VU). Er is beperkte parkeergelegenheid (zie website Vrije Universiteit).

 

Pagina 1 van 5

Contactgegevens

Centrum voor
Religie en Recht

De Boelelaan 1105
2E-vleugel
1081 HV Amsterdam
e-mail: info@religie-recht.nl

 

 

fotoccr